Het is koud. De gure wind waait over de parkeerplaats. Ik neem de weekendtas, die ik van mama mag gebruiken, uit de kofferbak en zet het op een bagagekarretje. Net echt. Zo doen mensen als ze gaan vliegen dat toch? Schiphol lijkt immens groot. Wachten in de rij duurt lang. Het is 1993. Voor het eerst van mijn leven ga ik vliegen. Voor het eerst ga ik zonder mijn moeder ergens naar toe. Bovendien zal ik voor het eerst langer dan een dag met mijn vader doorbrengen (mijn ouders zijn vlak na mijn geboorte gescheiden). Met hem stap ik aan boord van het Martinair toestel. Een lange vlucht brengt ons, naar zijn droombestemming: Jamaica.

Waarom Jamaica?

Om een lang verhaal kort te maken. Mijn oude heer kan ganja, rum & reggae wel bekoren. Een trip naar Jamaica blijft dan ook niet uit. Wanneer hij wat geld erft, komt de bestemmingen ineens dichterbij. Hij vraagt me mee te gaan. Waarom niet? Breek mijn spaargeld aan en sta op een doordeweekse grauwe februari ochtend klaar voor vertrek. Spannend? Hell yeah!

Montego Bay

Toby Inn, is voor vertrek door mijn pa vastgelegd en zal dienen als uitvalsbasis voor mijn week op het eiland. De eerste dag kom ik het terrein van het kleine resort nauwelijks af. De hitte dwingt me verkoeling te zoeken op de kamer of bij het zwembad.
Jamaica Toby Inn pool
➡️ Toby Inn, heet tegenwoordig Toby’s resort, maar bestaat nog altijd. Op het eerste zicht, lijkt er zelfs maar weinig verandert.

Alles is zo anders dan thuis. Het eten, de mensen, de temperatuur, de beestjes die in badkamer wegschieten als ik het licht aanknip. Ik vind het verwarrend en spannend tegelijkertijd. Wanneer mijn jetlag verdwijnt en mijn blanke huid de zon wat beter verdraagt, stappen we in de taxi bij Henry.

Op pad met Henry

Jamaica Montego Bay


Henry is een goedlachse taxichauffer die meer dan bereid is twee Hollandse snuiters rond te toeren in Montego Bay en omgeving. Vanaf de achterbank wring ik me tussen de twee voorstoelen. Niets wil ik missen van wat onze nieuw verworven vriend vertelt. Ik hang aan zijn lippen. Dit is een meet the local ervaring pur sang. Ruiken, proeven, luisteren; al mijn zintuigen staan op scherp. Als een spons absorbeer ik alle bijzondere dingen die ik tijdens deze uitstap meemaakt.
➡️ Lees mijn gastblog ‘Meet the people in Jamaica’ dat ik voor Reisbijbel schreef

Negril, dé badplaats van Jamaica

Toby Inn is een betrekkelijk klein resort, waar naast Amerikanen een handvol Nederlanders verblijven. Omdat mijn vader in totaal een maand op Jamaica zal verblijven, heeft hij niet zo’n zin om Montego Bay uit te gaan. “Dat komt wel.” Zo denk ik er niet over. Ik heb maar een paar dagen de tijd. Wanneer Sonja uit Ijmuiden, die een paar kamers verderop verblijft, me vraagt of ik zin heb met haar een enkele anderen een busje te huren om een dagje naar Negril te gaan, kun je mijn antwoord wel raden. “Natuurlijk, ga ik mee,” jubel ik.
Jamaica Negril

Rick’s Café

Op naar de westelijke punt van het eiland. Overdag vertoef ik op een van de prachtige zandstranden van Negril. Een bonte stoet aan mensen passeert gedurende de dag de revue. Vanaf mijn strandlaken zie ik Bob Marley imitators, vrouwen met schalen vol jerk chicken, dames die vlechtjes in je haar willen draaien, verkopers van vis en vers fruit. Ik kom simpelweg ogen tekort. Wat een heerlijk schouwspel.

Jamaica Negril
Aan het einde van de dag verruilt ons groepje het strand voor Rick’s Café. Volgens het Elmar Reishandboek van een van mijn reisgenoten dé plek op Jamaica om de zon onder te zien gaan. Daar is wat mij betreft geen woord over gelogen.

Nooit meer naar huis

Jasses, die week gaat echt V E E L te snel. Op ansichtkaarten zie ik nog zoveel andere mooie plekken die ik graag met eigen ogen wil zien. Ik wil raften op de Rio Grande, Dunns River Fall beklimmen, ik wil nog meer voetstappen achterlaten op het strand, proeven van lokale gerechten, luisteren naar muziek die op elke straathoek te horen is. Ik wil…. ik wil nog niet naar huis.

Virus opgelopen op Jamaica

Het is koud. De gure wind waait over de parkeerplaats. Acht dagen zijn voorbij gevlogen. Ik ben terug op Nederlandse bodem. Terwijl mijn avonturen vers in mijn geheugen zitten, maal ik in mijn hoofd plannen. Komende vakantie veel werken, geld verdienen en dan: reizen.
Ergens, waar het gebeurde op Jamaica, weet ik niet meer, maar ergens tijdens mijn verblijf op het eiland raakte ik besmet met het reisvirus. Een kwaal die ik tot op de dag vandaag nog altijd in mijn lijf meedraag. Of ik dat erg vind? In tegendeel.

Meer Jamaica:

Roadtrip Jamaica | Ontdek in 1 week de parels van het eiland
Bob Marley museum | Let’s get together and feel alright
Port Royal, de thuishaven van de Pirates of the Caribbean

Heb jij ook zo’n last van het reisvirus? Waar liep jij deze kwaal op?

Tags: Jamaica