Iedereen heeft ervan gehoord. De meest beroemde wijk in de hoofdstad van Jamaica. Kingston 12 of beter gezegd Trenchtown. Een plek waar roemruchte oud-bewoners geëerd worden temidden van vergane glorie. Welkom op de plek waar reggae werd geboren.

Een tocht door Trenchtown

“Blackie, doe een shirt aan,” roept Sophie van het TTCY, vanonder de schaduw van een mangoboom, een man met big smile en dito spleet tussen zijn tanden toe. Niet veel later verschijnt deze manspersoon in een rode polo voor onze groep. Tijd voor onze tocht door Trenchtown.

“Heet je echt Blackie?”
“Ja, want ik ben zwart.”
Deze rastafari is de komende twee uur onze gids door de wijk. Geen onbekende, zo blijkt. Amper een paar passen van het TTCY vandaan of hij wordt door passanten reeds in Patwa (een Jamaicaanse Creoolse taal die is gebaseerd op het Engels) aangesproken. Vermoedelijk vragen de ruige mannen in de straat iets in de trant van: “Wat moet jij nou weer met een stel van de witten hier?”

Star Time Corner

Op zijn spierwitte sneakers sloft hij naar de Star Time Corner. De geiten die voor de beeltenis van Haile Selassi op zoek zijn naar een smakelijk hapje, keuren ons geen blik waardig. Deze voormalig koning van Ethiopië en ‘verlosser’ (rasta’s zien Ethiopië als het beloofde land (Zion)) prijkt naast portretten van – uiteraard – Bob Marley en Martin Luther King.

Recht tegenover deze ‘Wall of fame’ hangen gasten in iets wat ooit een fruitstalletje moet zijn geweest wat rond.
“Het zijn altijd de mannen die je ziet,” vertrouwde Carey, de reisleider, me eerder tijdens mijn reis door het land toe. “De vrouwen werken, werken hard, heel hard. De meeste kinderen gaan naar school. De mannen, die hangen rond. Sterke verhalen vertellen, drinken en ganja roken.”

Hoofd vol liedjes

Ik kan het niet helpen, maar bij elke stap die ik zet, bij de aanblik van de troosteloze verblijven, die vaak het woord huis niet eens waardig zijn, flitsen er flarden van Marley’s bekendste nummers in mijn hoofd voorbij. Een knappe kortgerokte meid die na – zichtbaar woorden te hebben gehad – een steegje inloopt. Misschien slikt ze haar tranen weg. No woman, no cry. Zelfs wanneer ik drie dames op een bankje tref, flikt die Bob het me weer. Three little birds. Dit is belachelijk en dekt volstrekt niet de lading, maar door het veelvuldig zien van zijn afbeelding, popt de ene na de andere songtekst in me op.

Bovendien, staat bij elke straat van enige betekenis een bord waarop de meest belangrijke artiesten vermeld staan, die ooit in de wijk leefden.

No woman, no bra

Ja, het is armoe troef. Velen willen ook liever niet op de foto. Ze schamen zich omdat ze slecht gekleed zijn of een slecht gebit hebben.
“We hebben niet eens geld voor een BH!” vertrouwt een vrouw aan een van mijn reisgenoten toe, het T-shirt ter bewijsvoering half naar beneden trekkend.

Wrak

Een autowrak doet dienst als hangout, een stelletje vertoeft er op alsof ze op een bankje in het park zitten. Een autoband hier, een olievat daar. Een bankstel. Tussen de bordkartonnen, golfplaten uitspanningen gaat meer troep schuil dan op een gemiddelde westerse vuilnisbelt.

Toch klinkt op elke hoek van de straat muziek. De ene keer – zoals te verwachten – de klassieke reggae songs, de andere keer cheesy jaren negentig tearjeakers. Pandjes zijn in felle kleuren geschilderd, al dan niet voorzien van een Bijbelse tekst hier en daar. Winkeltjes gaan schuil achter getraliede ramen en de locals wachten. Wachten, maar waarop. Op betere tijden wellicht. Op een tijd zonder hondenpoep in de modderige yard, de dag waarop een bh een vanzelfsprekendheid is, een beter toekomstperspectief.

Muziek

Ook al ziet Trenchtown er troosteloos uit, dat is het zeker niet op alle vlakken. Jammin studios is een honk vol hoop. Op een plek waar zo veel muziek en muzikanten geboren en gegroeid zijn, kan het niet uitblijven dat er binnen deze community een plek is voor het talent van vandaag en morgen. We treffen er MCA-Lion en zijn zoon Bingi.
Bekijk eens hun hit: Rasta Man she loves en je beseft dat er ondanks alles nog altijd muziek in Trenchtown zit.
Jamaica Trenchtown Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Trenchtown Kingston Jamaica Jamaica Trenchtown wrakJamaica Trenchtown Rum Bar

Trenchtown

Trenchtown, een wijk waar in de jaren dertig van de twintigste eeuw grootse plannen mee waren. De nabij gelegen sloppenwijk moest plaats maken voor een geheel nieuwe wijk. Sociale woningbouw was het antwoord op de krotten die geruimd werden. Een plek waar de armsten uit de stad een fatsoenlijk onderkomen vonden.
Toch verrezen de eerste huizen pas in 1940, de laatsten werden in 1949 voltooid. Allen kenden een standaard opbouw, in de vorm van een zogeheten H, S, T, en U veelal geënt op gemeenschappelijk gebruik van de verschillende ruimten.

Hollywood of Jamaica

Een hele waslijst aan Jamaicaanse celebs woonde in Trenchtown, zag er het levenslicht, werd er groot (in elk opzicht van het woord) en verliet zijn oude buurt. In deze ‘Goverment Yards’ groeide Bob Marley’s carrière in de jaren ’60 na zijn terugkeer uit Amerika. Vincent “Tarta” Ford (de oprichter van Trench Town Culture Yard) leerde hem gitaar spelen en, zo gaat de legende, schreef voor de jonge artiest een van zijn meest legendarische songs; No woman no cry. De ene na de andere artiest brak door met ska, rocksteady of reggae muziek. Trenchtown was in die tijd het Hollywood van het land.

Waar ging het mis….?

Toch is Trenchtown niet het beloofde land. Grootscheepse rellen, drugs ruzies en politieke afrekeningen (People’s National Party versus Jamaica Labour Party) door zowel de regering als bewoners onderling en excessief politieoptreden maken van deze wijk niet bepaald The Upper West Side van Kingston. Bob Marley zong in de jaren zeventig reeds sarcastisch:’Trench Town Rock. Don’t call no cop. Trench Town Rock. We can trash things ourselves.’

TrenchTown Culture Yard (TTCY)

Het Trench Town Culture Yard (TTCY) is een community run project dat in 2006 het levenslicht zag. Sophia toont me de kleine ruimtes (10 x 10 m.) in de courtyard en grinnikt wanneer ze zegt: “Daar is Ziggy (red. zoon Bob Marley) gemaakt.” Haar vader kende Bob, iets waar ze zichtbaar trots op is. Zelf woont ze ook in de wijk, iets waarvan ik niet goed aan haar, enigszins geleefde en gehavende, gezicht af kan lezen of ze daar nu wel of niet blij mee is.

Zelf de verhalen van Sophia horen en deze veelbesproken wijk ontdekken? TTCY organiseert verschillende tours, variërend van 45 minuten tot 2 uur. Het geld dat je betaalt voor de rondleiding wordt gebruikt voor opbouwwerk in de wijk. Meer info lees je op www.trenchtowncultureyard.com.

Ga naar deze boeiende wijk. Ervaar de muzikale erfenis en aanschouw het dagelijks leven van Kingstons beruchtste stuk van de stad. Gevaarlijk? Zeker niet, met Blackie (of een andere medewerker van TTCY) aan je zijde, zit je goed.

“I remember when we used to sit
In a government yard in Trench Town
And then Georgie would make a fire light
As it was log wood burning through the night
Then we would cook cornmeal porridge
Of which I’ll share with you…”

➡️ Lees ook: Port Royal, de thuishaven van de Pirates of the Caribbean

 

Tags: Jamaica