Het reisleed dat autoverhuurder heet, daar gaat het dit keer over in de terugkerende rubriek over troubles on your trip. Want wat een boeven zitten daar soms tussen.

Da’s kras

“Die zat er nog niet toen jullie hem ophaalden,” zegt de ophaalmeneer van het autoverhuurbedrijf star terwijl hij een sigaret opsteekt. Met een smoezelige zakdoek maakt hij zijn vinger schoon die onder het stof zit.
“Hier,” benadrukt de autoverhuurder nogmaals wijzend op onze, niet zo schone, auto.

“Adem in, adem uit,” zeg ik zachtjes tegen mezelf terwijl ik het formulier uit het dashboardkastje trek.
“Kijk,” zeg ik zo neutraal mogelijk, terwijl ik van binnen kook, “hier staat de kras al geregistreerd.
Toen we de auto in ontvangst namen zat deze er al.”

“Hij is dieper geworden.”
Vol ongeloof kijk ik mijn reisgenoot aan. Meent deze man dit nu serieus? Denk je alles afgekocht en gedekt te hebben, gaat zo’n vent even moeilijk lopen doen. Het is warm, ik heb honger en wil naar mijn hotel. Echter heb ik wel door dat met dit manspersoon totaal geen discussie mogelijk is. Hij verkoopt hij klinkklare onzin. En hij weet het. Dit wordt een kat- en muis spel. Eens kijken wie de langste adem heeft. Wie trekt er uiteindelijk aan het kortste eind?

Huurder vs. autoverhuurder: 0-1

“Dus meneer de autoverhuurder,” geef ik me gewonnen. Een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Ik zie hem denken; ”Yes, het is (weer) gelukt!” Ik graai in mijn portemonnee en trek er een briefje van $ 20,- uit.
“Koop er in ieder geval bloemen voor je vrouw voor,” roep ik een pluim uitlaatgassen na. We houden een taxi aan en rijden geïrriteerd richting het hotel. Gelukkig heeft de chauffeur gewoon de meter aan. Dat scheelt straks een hoop gesteggel.

➡️ Lees ook: Het reisleed dat taxichauffeurs heet

Deze column schreef ik voor/verscheen eerder Reisbizz magazine

Tags: reisleed