Een vluchtig bezoek aan Vigan

Een bezoek aan het On-Aziatische Vigan, de moeite waard of niet?

Filipijnen Vigan

Padre Jose Burgos werd in de 19e eeuw geëxecuteerd door de Spanjaarden.

Filipijnen Vigan

Vigan, sinds 1999 op de UNESCO lijst van werelderfgoed

Filipijnen Vigan

Een van de vele paardenkoetsjes in het Mestizo District

Filipijnen Vigan

“Hello stranger!”

Filipijnen Vigan

Moeder Theresa waakt over u

Filipijnen Vigan

St.Paul Kathedraal

Filipijnen Vigan

St.Paul Kathedraal

Filipijnen Vigan

Detail St.Paul Kathedraal

Filipijnen ViganFilipijnen ViganFilipijnen Vigan

Van harte welkom in Vigan

Huizen uit de tijd van de Spaanse kolonisten, straatjes met kinderkopjes en paardenkoetsjes zijn de smaakmakers van historisch Vigan. Wonderbaarlijk genoeg is deze stad tijdens WOII niet gebombardeerd en daardoor wordt de stad gezien als een van de best bewaarde Spaanse koloniestadjes in Azië. Sinds 1999 staat het plaatsje op de UNESCO werelderfgoedlijst.

Wat er aan vooraf ging.

Na een trekking in Batad & Banaue blader ik door de Lonely Planet, waarbij mijn oog op een plaatsje in het NoordWesten van Luzon, Vigan genaamd, valt.

“Take a horse-drawn carriage through the elegant Mestizo District and witness the wonderful Baroque churches of Ilocos.”

Jubelde de reisbijbel der backpackers. Klinkt idyllisch en veelbelovend, niet waar?

Op naar Vigan, maar hoe komen we daar?

Infrastructuur is echter toch wel een dingetje op de Filipijnen. Lokale bussen rijden veelal van/naar Manila, verbindingen tussen andere plaatsen zijn beperkt. Om backtracking naar de hoofdstad te voorkomen, stippel ik een route uit om deze historische plaats, die hemelsbreed ongeveer 100 kilometer verderop ligt, aan te kunnen doen. In de vroege ochtend (06.45 uur) slinger ik mijn backpack op mijn rug en stap in een krakkemikkige bus richting Baguio, toch eerst een stukje zakken, alvorens naar het Noorden te kunnen reizen.

De afbeelding van roadrunner op het voertuig, zet me even op het verkeerde been, zou dit een snelle bus zijn? Helaas, een afbeelding van een slak was treffender geweest. Rond 15.45 uur bestemming Baguio bereikt. Al ver voor vertrek, de volgende ochtend, ben ik wakker. Het geluid van pruttelende motoren van oude bussen is mijn wekker. Slapen nabij het busstation heeft zo z’n voor- en nadelen. Tegen tienen zet een der Partas bussen zich in beweging. Vijf uur en een houten kont later, ligt Vigan, eindelijk, aan mijn voeten.

Vigan, daar ben je dan

Na twee dagen reizen, wordt een stip op de kaart werkelijkheid, Vigan, daar ben je dan. Reismaatje en ik besluiten alvast een oriëntatie rondje te lopen, zodat we morgen Vigan in al haar glorie kunnen bekijken. De imposante St.Pauls Kathedraal is moeilijk te missen. Dikke muren, de zon die weerkaatst in de witte/ crème kleur van de gevel. De fundamenten stammen uit 1574 gebouwd, echter werd de kathedraal in de loop der eeuwen door verschillende aardbevingen en branden verwoest en wederopgebouwd.

Slenterend door het Mestizo district, spreekt een man me aan. Of ik met zijn paardenkoetsje mee wil rijden? Ik bedank hem, morgen misschien. UNESCO vermelding is iets om trots op te zijn, vlaggen met het logo sieren de eeuwenoude panden. Voor mijn gevoel zijn we de enige westerlingen in het verlaten stadje. Een souvenirverkoper doet een dutje in een houten strandstoel waarvan het bloemenpatroon verschoten is, zijn hoed over zijn ogen gedrapeerd. Kinderen spelen, nog in schooluniform gehuld, op de hobbelige straat. De straat ruikt naar paardenpoep en vochtige muren.

De panden zijn on-Aziatisch. Hoewel ze afgedaan worden als Spaans, is het eigenlijk een mengelmoes van Mexicaanse en Chinese bouwstijlen met een Filipijns sausje. Verf bladert langs de muren, onkruid baant zich een weg tussen de muren, bakstenen ontbreken her en der. Het heeft zo z’n charme maar is dit UNESCO waardig?

Als de avond valt

En als in de avond de lantaarns in de smalle straten oplichten, valt er een sfeer van romantiek over de stad heen

Las ik op internet. Romantisch, ja daar kan ik in komen, als je met een geliefde door Gov A Reyes slentert. Als de lantaarns aangaan, verdwijnen de inwoners van Vigan in de karakteristieke huizen en het geringe aantal restaurantjes sluit de deuren. Al fotograferend en rond stappend is er tegen de tijd dat mijn maag knort vrijwel geen eetgelegenheid meer open. Het hoog aangeprezen Café Leona, laat nét de rolluiken zakken en ook Bistro, dat naar het schijnt tot middernacht geopend is, heeft de deur reeds in het slot gedraaid.

Een pukkelig tienermeisje schuift zonder enig enthousiasme of gevoel voor klantvriendelijkheid een taai broodje met slappe knakworst over de toonbank. De grootste fastfoodketen van het land, Jollibee, is de enige plek waar na 19.00 uur nog wat gegeten kan worden. De friet volgt tien minuten na de hotdog, de frisdrank is lauw. Waarschijnlijk bijt ze m’n kop eraf als ik nog een dessert bestel, dus dat laat ik maar achterwege.

The morning after

Vigan ontwaakt laat. Tijdens het ochtendgloren kraait er geen haan, ook geen lawaai van scooters of het geluid van de hoeven van de paarden die de koetsjes voort trekken. Een blik werpend op de kaart van Vigan, leert dat de must-sees reeds bezocht zijn. Tijd om weer verder te reizen. Rond de klok van negen stap ik opnieuw in de bus. Tien uur later ben ik (terug) in Manila.

Gaan of niet?

Mocht je naar de Filipijnen gaan en je hebt het plan Vigan te bezoeken, dan zeg ik doen. Het is een schattig stukje Filipijnen. Bekijk echter vooraf hoeveel tijd het je kost. Persoonlijk vond ik de tijd die ik kwijt was er te komen ten opzichte van wat het plaatsje te bieden heeft, niet in verhouding met elkaar.